Bauduinlaan 38 – Ruigoord


De Woonkamer

Met het venster op de wereld

Het huiselijk leven speelt zich voornamelijk af aan de achterzijde van het huis, in de kamer met de grijze oliekachel in de schouw tegen de binnenwand, waarboven Henk zich verwarmt als hij gedoucht heeft. De schoorsteenmantel bestaat uit rode gemetselde sierbaksteentjes met groeven en daar bovenop een geel granieten blad (Ocriet zegt het bestek) waarop de elektrische klok een centrale plek heeft gekregen. De overige drie wanden hebben vensters op het zuiden, het oosten en het noorden. Met in het houten raamwerk gootjes en afvoergaatjes om condensvocht naar buiten af te voeren. De vensters zijn met enkel-glas uitgevoerd dat door het onregelmatige oppervlak het zicht naar buiten vertekent. Als je dan aan de zuidkant langs de twee ramen loopt dan golven buiten de ligusterblaadjes van de heg met je mee. De heg die door structureel laat snoeien veeltijds het huis van buurman Thijs Valent aan het zicht onttrekt.

Keesje lacht.
Keesje lacht niet.
Temidden van mijn nieuwe broertjes en zusjes.

Aan de noordkant, met zicht op de erfafscheiding met de familie Groot, is tegen de wand een keukenblok geplaatst voorzien van een granieten aanrechtblad, met daarin wat barsten en een gootsteen, en daaronder eigentijdse kastjes die over een halve eeuw menig liefhebber van originele details doet kwijlen (“Fortuna” i,p.v. “Svedex”, Dik 38/40 mm” aldus het bestek).

Op het aanrecht op de foto’s hieronder zie je een wit geëmailleerde schenkkan en emmer. Onder de gootsteen achter het groene gordijntje is de bijbehorende ijzeren teil opgeborgen die naast snoephappen dienst doet als tobbe voor de wekelijkse wasbeurt voor het raam. Het inzepen door mama wordt dan nauwgezet gevolgd door Margret Groot, mijn buurmeisje dat, hoog gezeten op het konijnenhok zodat ze naar binnen kan gluren, is gebiologeerd door mijn anatomie. Laatst bij verstoppertje spelen verstopte Thea mij onder de gootsteen achter het gordijntje. Het duurde heel lang voordat ik werd gevonden. Zo lang dat Thea mij snoepjes toestopte om de tijd door te komen. Van die vettige gele eitjes die naar roomboter smaken.

De lichtgele tegels boven het granieten blad zijn overigens het decor van één mijner allervroegste herinneringen, waarin ook de aluminium koffiepot op het groene oliestel in de hoek een grote rol speelt.

Paul, met links de deur naar de gang.
Ik, met daarachter het keukenblok

Boven de koffiepot in de hoek zie je ook het zwarte bakelieten stopcontact in dezelfde stijl als de electrische schakelaars. Zo ook die naast de deur van de woonkamer om de lampen in de huiskamer mee aan te knippen. Met zo’n aarzelende draaiknop waarvan je je afvraagt of het wel werkt. Met die overweging zoek ik uit waarom er vandaag op de schakelaar een pleister is geplakt. Het raadsel ontvouwt zich snel. Het draaien aan de knop gaat gepaard met vonken bij de lamp en maakt dat in het hele huis de stroom in één klap uitvalt. Niet alleen pap is boos op mij. Echt niemand wordt moe op hoge toon te herhalen hoe stom ik wel niet ben geweest om die pleister die daar toch niet voor niets zit te negeren. Alsof…., nou ja, laat maar zitten ook.

In de voorraadkast in de hoek staat onderin mama’s grote knopenpot waarin al sinds jaar en dag geen knoop meer verloren gaat. De inhoud van die pot kan mij uren zoet houden, door zich te laten sorteren, aaneen te reigen of als hoofdrolspelers in een groot vlooienspel. ‘Grand jeu de puces’ zeggen ze in het Frans.

Mama’s knopenpot

De deurknop van de voorraadkast is overigens nog een tijdje zoek geweest maar uiteindelijk toch weer boven water gekomen. Als pap de hervonden deurknop weer op de juiste plek heeft gemonteerd poetst hij het nog even ‘schoon’. Met de zakdoek uit zijn broekzak. Maar niets ontgaat mij. Ook niet dat hij dat kloddertje snot dat aanvankelijk aan de knop blijft kleven nog schielijk wegveegt. Voorlopig heb ik in die kast niks te zoeken.

Gebroken tandenwisseling. 

Op die foto met dat bord voor mijn kop zit ik in mijn geel met rode kinderstoel. Later is deze kinderstoel vervangen door een compleet rode met verchroomde armleuninkjes. Tijdens een baldadige speelbui tuimelt Paul met dat stoeltje en al pardoes over mij heen terwijl ik gestrekt op mijn rug naar het plafond lig te wijzen. Wat daar is te zien vergeet ik zodra de leuning van het stoeltje zich in mijn mond dringt. Bij het inwendig gekraak en het rare gevoel in mijn mond besef ik nog niet wat er gebeurt. Maar als ik weer op beide benen sta spuug ik meerdere brokjes tand uit. Mijn pas gewisselde linker voortand blijkt gebroken; de bovenste helft is er afgeknakt en wat resteert is vlijmscherp.

Elly, getuige van het voorval, trekt op afgemeten zakelijke toon de conclusie: zo snel mogelijk naar de tandarts! Toch komt het daar om onduidelijke redenen niet van en wonderwel gaat het restant tand, aanvankelijk nog gevoelig voor aanraking, nog jaren mee. Zonder tandrot!!! Pas zo’n dertien jaar later wordt door tandarts Edens in Spaarndam de geschonden tand voorzien van een nieuw topje. Om daarna mijn hele leven lang mee te gaan.

Gezien door het raam aan de oostkant komt de ‘skyline’ van Amsterdam in de verte almaar naderbij. Hoe kan een kleine jongen als ik nu al weten dat het uitzicht over de ‘IJpolders’ wordt verzwolgen door de prestigieuze expansiedrift van de Amsterdamse haven? Het antwoord op die vraag kan zijn de grote brand bij de ‘Mobiel’, de olieraffinaderij die met de blik naar links (als je de kanarieschuur even wegdenkt) is te ontwaren als een verzameling reusachtige tanks met daartussen een hoge schoorsteen naast de ‘eeuwigdurende vlam’ die hoog naar de hemel reikt.

Op 12 december 1968 staat de daar aangemeerde olietanker Diana in lichterlaaie1. Maar zelfs het aanschouwen vanuit mijn slaapkamer van dit machtige infernum aan de helverlichte nachtelijke hemel doen mij nog niet beseffen wat er namens wethouder Joop Den Uyl op dat moment al onomkeerbaar in gang is gezet. Lees hierover meer in zand erover.

”De Mobiel’

Die machines doen denken aan de machines die in onze polder steeds vaker gezien worden. De Draglines en de Shovels, of Sjooffels zoals die op school door Chiel Snel en Hans de Vulder worden genoemd. Wonen wij op een Regenboogplaneet?

Of is de derde aflevering van Arad en Maya in de Sjors, het stripblad dat begin mei 1971 bij ons op de deurmat valt, een voorbode van het onheil dat komen gaat? Over de nietsontziende angstaanjagende machines die op de Regenboogplaneet alle natuur verzwelgen en veranderen in asfalt?

Centrum van de wereld

Het centrum van de wereld waar het gezinsleven zich grotendeels afspeelt is de uitschuifbare eettafel in het midden van de woonkamer. Het biedt ruimte aan zes- tot maximaal tien gezinsleden van de familie Meekel2. Ieder van het grote gezin weet daar voor het eten zijn eigen vaste plekje te vinden. Met mama aan het hoofd, ’s zaterdags op verzoek van de hongerige troep sneetjes brood met dik boter smerend, eventueel ‘versierd’ door een sierlijke zigzag-beweging van het gekartelde broodmes. Of met een laagje suiker. Het is voor haar een zegen dat juist dit zoete broodbeleg dat als delicatesse in de hongerige monden verdwijnt zo weinig drukt op het krappe huishoudbudget.

De tafel is de aangewezen plek voor gezamenlijke activiteiten. Zo wordt er dagenlang gewerkt aan de legendarische ‘puzzel van 2000 stukjes’. Het leggen van deze puzzel gebeurt op een houten plaat die na het eten op tafel wordt gelegd. Bij de systematische aanpak krijgt ieder van ons een eigen taak toebedeeld. De één werkt aan de randen terwijl anderen hun eigen toegewezen kleur sorteren. Dit alles onder toeziend oog van pap.

Andermaals wordt tijdens de Voflora een berg lootjes op tafel gekieperd. Ieder doet mee aan het openvouwen van de briefjes. Als er dan een blauwe stempel in staat dan heb je prijs. Uit mijn blauwe stempel kan ik niet opmaken wat ik heb gewonnen. Na een bedachtzame stilte verklaart pap dat ik een boek heb gewonnen, maar hij laat me in het ongewisse welke dan. Om daar achter te komen gaan we naar V&D in Haarlem. Daar mag ik kiezen. Vanwege de mooie tekeningen kies ik voor Tom Sawyer die ik overigens al jaren Tom Zwaaier noem.

De coupeuse en de nagelnaaimachine.  

Mama is, ook al heeft ze niet zo lang als zodanig gewerkt, omdat vrouwen nu eenmaal stoppen zodra ze trouwen, van origine coupeuse3. Wat ik daarover hoor is dat ze tijdens de oorlog als jong meisje in Amsterdam is opgeleid en daarbij vanwege de schaarste kleding heeft leren naaien met krantenpapier. Mam brengt haar kennis en kunde nog steeds in de praktijk waarbij de tafel verandert in haar werkdomein. Regelmatig worden er patronen uit de Marion of de Burda uitgevouwen en met het groene radeerwieltje uit de knopenpot, het kleermakerskrijtje en de grote kartelschaar lappen stof op maat gemaakt.

De lappen stof worden op de Singer naaimachine aaneengenaaid waarna het nieuwe jurkje of de lange broek door ons kan worden gepast en gedragen.
Behendig zet mama dan met het grijze voetpedaal onder de tafel de naaimachine in gang terwijl ze heel secuur de lappen stof langs naalden leidt. 
Met het draaiwiel aan de rechterkant kun je ook met de hand de naainaalden op en neer bewegen, een stuk langzamer natuurlijk maar dat is bedoeld om de juiste garens4 door het oog van de naalden te kunnen leiden.

Die Singer is zo'n ingenieus apparaat waarvan de werking er om smeekt te worden geanalyseerd. Het draaiwiel biedt mij de mogelijkheid om het mechaniek te volgen. Al draaiend bestudeer ik wat er met de naalden gebeurt als je overschakelt van rechtdoor naar zigzag.

En wat zou er gebeuren als je in plaats van een lapje stof je vinger tussen de naalden houdt? Ik kan daar maar op één manier achter komen. Als de bovenste naald zich in mijn nagel boort raak ik in paniek en gil ik het uit. Mama die toesnelt draait koelbloedig aan het wiel. Gelukkig gokt ze op de juiste draairiching. In plaats van verder het vlees onder mijn nagels in trekt de naald zich gelukkig weer terug. Nooit meer doen hè!?

En natuurlijk schaart ook Sinterklaas ons jaarlijks om de tafel. Om de juten zak te legen die hij volgepropt met cadeautjes bij ons heeft achtergelaten. Althans in mijn vaste overtuiging gedurende een aantal jaren waarin dit gepaard gaat met bonken op de deur en strooigoed dat onverwachts door de kamer vliegt. Vorig jaar echter kwam aan die overtuiging, die vanwege de verhalen op school toch al aan het wankelen was, definitief een eind. Het gebeurde dat ik ’s morgens vroeg de inhoud van mijn schoen ging inspecteren die ik de avond tevoren voor de oliekachel had gezet, naast die van Paul, notabene gevuld met iets lekkers voor het paard. Die schoenen bleken dus leeg hetgeen Paul verontrust meldde aan pap. Na de doorzichtige smoes die pap verkocht viel mij op dat hij zich daarna nogal ongewoon gedroeg. Toen hij heel omzichtig voor de kachel met rechte rug door zijn knieën zakte had ik natuurlijk al lang door wat hij in zijn schild voerde. Eenmaal achter de rug veinsde ik verbazing toen ik ‘ontdekte’ dat de schoenen alsnog waren gevuld. Met zo’n in chocola gedoopt stuk namaak-marsepein, omwikkeld met groen zilverpapier in de vorm van een kikker.

Op Sinterklaasavond is het bewonderenswaardig hoeveel mooie cadeaus er uit de zak tevoorschijn komen. Niet zozeer bewonderenswaardig vanwege de diepte van de zak maar meer vanwege het bestede budget. Papa heeft er in zijn vrije tijd, ook ’s avonds, hard voor gewerkt.  Met ‘bieten dunnen’ bij lokale boeren. Zo komen er voor mij onder andere Spirograph, wasco, een rekenpen met de tafel van tien, een View-Master en een langspeelplaat van Ja Zuster, Nee Zuster uit de zak: “voor Peter, maar ook een beetje voor de anderen”. Paul heeft net als ik ook een doos met wasco gekregen. Deze valt daarna nog in de oliekachel, vraag me niet hoe. Maar het was een hels karwei om ze er met een pook al smeltend en rokend weer uit te vissen.

Venster op de wereld

’s Avonds worden de stoelen, waaronder de oranjerode buizenstoeltjes van Brabantia en later die van Morres, om de tafel gehergroepeert om met z’n allen TV te kijken – het ‘venster op de wereld’. De beste plekjes zijn helaas al snel vergeven voor degenen die de pech hebt dat het je beurt is om eerst de afwas te doen.

Buizen- en Morres-stoeltjes in 2025

De eerste TV, zwart-wit, zie ik al als peuter plechtig binnengedragen worden door een deftige heer in uniform en geïnstalleerd op het radiomeubel in de hoek, met wereldradio en ingebouwde pick-up met wisselautomaat. (De radio staat heel de dag afgestemd op Radio Veronica.). De installatie van de TV gaat gepaard met aansluiting op een antenne aan de schoorsteen buiten op het dak. In eerste instantie alleen voor Nederland-1. Dit maakt in ieder geval dat ik op de kleuterschool mee kan doen met de dagelijkse nabespreking die door Jolanda de Vulder steevast wordt geopend met “Wie heeft Pipooooh gezien?”. Maar op de lagere school voel ik de spijt dat ik niet naar Lassie kan kijken omdat de avonturen van die herdershond alleen op Nederland-2 zijn te volgen.

Gelukkig, omdat ook wij meegaan met de moderne tijd, wordt ook de Nederland-2-antenne geplaatst, die de vorm heeft van een visgraat, waarna we met de grote knop op een speciaal kastje kunnen kiezen welke van de twee zenders we kijken.

De TV....

Een keur aan programma's, waaronder veel Engelstalige, komen de woonkamer binnen5. Rawhide waarin koeien zingend worden opgezweept door stoere cowboys, The Lucy Show waarin Lucille Ball voor een 'live audiance' steeds - volgens mij - 'Mister Skaaimaaikel' krijst, High Chaparral met Manolito op wie Thea verliefd is, Ironside met die meneer in z'n rolstoel, Peyton Place met Mia Farrow die ballonnen ontwaart bij het ontwaken uit haar narcose, De Dief van Washington die eigenlijk geen boef maar charmant blijkt, Mission Impossible waarvan mama zo geniet omdat ze almaar 'span sebility' (responsibility) zeggen, The Saint waarin je aan zijn aureool kunt zien dat Simon Templar heilig is, De Versierders (Persuaders) met de trailer die mij keer op keer emotioneert, De Wrekers waarin John Steed en Tara King en later Emma Peel psychedelische mysteries oplossen. Oh en De Vliegende Non waar mama zo gek op is, met Sally Field die de komende veertig jaar in mijn beleving geen dag ouder wordt.

Aan het Nederlandstalig front is daar 't Schaep met de 5 pooten waarin ik kennismaak met de fine fleur van het Nederlands toneel en de Amsterdamse tongval mij zo vertrouwd in het gehoor ligt. Zo ook in De Kleine waarheid over het lief en leed van Marleen Spaargaren. Raar trouwens dat haar op jonge leeftijd zwakbegaafd broertje Eppo in de laatste serie een welbespraakt intelligent persoon blijkt, evenwichtig bovendien.
U lezer vraagt zich wellicht af of genoemde programma's voor volwassenen wel verantwoord zijn voor een kwetsbare kinderziel. Welnu, de kinderprogramma's op woensdagmiddag, op zaterdag en op zondagavond zijn niet minder verontrustend. Te beginnen met die van vaderlandse bodem. De lange afleveringen van Pipo de Clown en Mammaloe waarin Snuf en Snuitje gemene zaak maken. Ja Zuster, Nee Zuster, waar zuster Clivia leiding geeft in een rusthuis waar je niet op de stoelen mag staan, waar je mag doen wat we willen maar zonder te schreeuwen en zonder te gillen. De aflevering waarin Gerrit met handen en voeten geboeid opgesloten zit, in een auto die op een autosloperij op het punt staat te worden vermorzeld is ijzingwekkend spannend. In vergelijking daarmee is Swiebertje maar slappe hap. Het enige geweld bij hem komt van Malle Pietje die steevast over dezelfde emmer in zijn rommelwinkel struikelt. 

Daarentegen bezorgt de aflevering uit de serie over Ivanhoe's Nederlandse evenknie - Floris - waarin de pest in een middeleeuwse stad wordt bestreden door als vogels verklede slechteriken, mij weer nachtmerries.

Van overzee komen Batman en Robin die, als ze eenmaal met de vijand op de vuist gaan, dat doen met "bats" en "whop" in puntig exploderende tekstballonnetjes. In De Thunderbirds, waarin de helden van Tracy Island met te grote hoofden wereldrampen verijdelen, lijken de hoofdrolspelers zoals mijn favoriete held Brains, in plaats van te lopen meer te dansen. "Nog 24 uur voordat we tegen de zon botsen." Ook bij De Vrijbuiters en Thierry de Slingeraar drijft de spanning mij regelmatig naar het puntje van mijn stoel.

Maar Voyage to the bottom of the sea spant toch wel de kroon. Alsof het geluid van de echolood van de onderzeeër al niet onheilspellend genoeg is is daar ook nog eens dat verschrikkelijke zeemonster dat is ontstaan uit radio-activiteit. Het neemt de Seaview als een stukje hout onder zijn arm en sjort en trekt er dan aan zodat de bemanning alle hoeken en gaten zien.

Gelukkig wordt na ieder spannend avontuur van Skippy, Flipper of het team van Daktari alle spanning weer weggelachen. Bij Daktari steevast om Judy de chimpansee die de schele leeuw Clarence weer een dolle poets bakt. En om die aandoenlijk Catweazle die naar ons toe is gekomen vanuit de middeleeuwen en denkt te kunnen vliegen - "I can fly" - moeten we ook vaak lachen.

Met Oebele en Pippi Langkous komt een eind aan mijn klakkeloos volgen van kinderseries. Oebele is niet 'hupsakee', Oebele is gewoon stom. De nagesynchroniseerde stemmen van die Tommy, Annika en Pippi en hun correcte ondeugende avonturen kan ik niet verdragen. Maar gelukkig wordt met Startrek en het uiteindelijk mee kunnen lezen van ondertiteling een nieuwe spannende periode ingeleid, die vrijwel gelijk valt met onze verhuizing naar Spaarndam.
Mijn LP van Ja zuster, nee zuster
Catweazle
Pipo en Mammaloe
Thunderbirds
Zeemonster
Floris
Swiebertje
....magie naar de woonkamer.... 

Als ik de euforische wedstrijden van Ajax, met Cruijff en Keizer, op weg naar één van hun Europese titels begin jaren '70, tegen bijvoorbeeld Benfica, Arsenal of Glasgow Rangers op TV bekijk, dan zie ik tegelijkertijd buiten in de verte in het donker de schijnwerpers van het Olympisch Stadion waar deze wedstrijden op hetzelfde moment worden gespeeld. Het maakt dat ik, als iemand die helemaal niet van voetbal houdt, toch mijn hart verpandt aan die Amsterdamse club.

De lanceringen van de Apollo's, met astronauten op weg naar de maan, die daar zelfs landen en met wandelen hun voetafdruk op het oppervlak achterlaten. Met het geluid van onverstaanbaar Amerikaanse dialogen tussen de astronauten en Houston, met lange tussenpozen vanwege de afstand, via de intercom, met bliepjes tussendoor. Na één zo'n lancering tuurt papa in de verte door de kieren van het matglas van de voordeur. "Kijk je kunt het hier vandaan zelfs zien! In de verte!" Ik kijk ook. En ja hoor, ik zie het ook.

Het Schaatsen van Ard (Schenk) en Keessie (Verkerk). Van eerste wordt beweerd dat zijn baanrecords nooit meer worden geëvenaard, ondanks het gevaar dat steeds op de loer ligt van 'de vier Essen' (Sten Stensen, Kay Arne Stenshjemmet, Amund Sjøbrend en Jan Egil Storholt) uit Noorwegen".

Hans Brinker met zijn zilveren schaatsen, in de kerstvakantie, waarin Hans beantwoordt aan geromantiseerde Amerikaanse verwachtingen, door op de Amsterdamse grachten een hoek om te gaan om daarna op de Grote Markt in Haarlem zijn weg te vervolgen.

De boks-gevechten van Cassius Clay, later Mohammed Ali, waarvan ik weet dat papa die 's nacht kijkt terwijl ik dan in mijn bed moet blijven.

....maar ook rauwe werkelijkheid!

De agressie - want zo komt dat op mij over - van dezelfde Mohammed Ali als hij op TV zijn opponenten verbaal vernedert. Dan word ik bang van hem.

De monsterlijke B52 bommenwerpers die hun bommentapijten over Vietnam leggen, met napalm, om het regenwoud te verbranden, maar ook de 9-jarige Phan Thi Kim Phuc die op 8 juni 1972 met andere kinderen aan het spelen is bij de tempel van dorpje Trảng Bàng.

De door honger uitgemergelde kinderen (maar wèl met een bolle buik) in Biafra.

De eindeloos durende rechtstreeks uitgezonden begrafenis van Robert Kennedy, die tijdens de presidentsverkiezingen van 1968 op 6 juni wordt neergeschoten en de volgende dag overlijdt. Mijn ouders krijgen niet genoeg van de beelden waarover ik mij beklaag dat ze saai zijn.
Op de grote stoel

Ai! Ik vergeet het bijna te melden. Maar pap kijkt TV niet zoals wij vanachter de tafel, maar vanuit zijn eigen ‘grote stoel’ natuurlijk! De lage rookstoel met dikke kussens en verstelbare rugleuning die speciaal voor hem is geplaatst in de hoek. Als hij er niet ligt te dutten tenminste, dagelijks na het gedane zware werk bij ‘de Ballast’ en na thuiskomst op zijn brommer eerst gecontroleerd te hebben of zijn kanaries er nog goed bij zitten.

Voor de volledigheidshalve indruk van de inrichting van de woonkamer noem ik ook nog even het felgekleurde Tomado wandrek en de spiegel van hetzelfde merk, met aan de onderkant daarvan de gele kammenbak. De onderste grijze legger van het wandrek dondert regelmatig op de grond vanwege het teveel aan kranten en tijdschriften dat daar is opgestapeld. Bij de spiegel zie ik weer Elly die zich een dag vantevoren opmaakt voor haar vliegvakantie met Ina Vink naar Mallorca, waarvan ze terugkeren met horrorverhalen over het (bijna) eten van levende mieren in een chocoladereep. En over de absolute noodzaak van Norit in dit soort landen waar alles wordt klaargemaakt met olijfolie. Gètver!!!

De grot van P.

Twee, hooguit drie jaar oud zit P. op het de bruine vloer van de woonkamer. De Spartaanse juten vloerbedekking is slijtvast gekozen tegen het drukke gedrentel van het gezin met nog vijf andere kinderen, in vele maten geschoeid met harde zolen. De zon schijnt, maar een harde najaarswind waait rondom het huis en jaagt wolken langs de blauwe hemel. P. heeft weinig besef van hoe hij de geluiden moet duiden. Voor hem is immers iedere dag er weer één van nieuwe ontdekkingen en verwondering. P. zit ergens tussen de antraciete oliekachel en het granieten aanrechtblok, waarin een gootsteen is uitgespaard onder een geiser die bij gebruik eerst lijkt te ontploffen voordat het grommend het stromende water verwarmt. Maar P. voelt zich veilig, mama houdt immers tijdens het huishouden nauwgezet in de gaten of hij niet al te dicht in de buurt van de kachel komt. Want het zal niet de eerste keer zijn dat één van haar telgen het vel van zijn vingers of knie verschroeit aan de vuurvaste glaasjes aan de voorzijde van de kachel, waarachter de helse gloed van de vlamverdeler zichtbaar is.

P. kijkt gebiologeerd naar een schouwspel op de tegels boven het aanrecht. Een silhouet, een conisch contour met een uitstulping die nog het meest doet denken aan een slang met opengesperde bek, verschijnt…., en verdwijnt dan weer… almaar door. De ene keer eensklaps, daarna weer behoedzaam en geleidelijk. Het silhouet lijkt te aarzelen als de scherpe contouren langzaam diffuus worden, om plotseling weer zelfverzekerd met herwonnen kracht haarscherpe lijnen op de tegels af te tekenen. Het schouwspel blijft zich in talloze variaties eindeloos herhalen waarbij het soms lijkt alsof het silhouet ook verschuift, een beetje naar links en een beetje naar rechts, maar nooit naar boven, of naar beneden. De slang met zijn bekje maakt het schouwspel extra magisch. Op de momenten dat alle contouren scherp zijn trilt zijn adem uit het bekje om vervolgens met golfjes nerveus omhoog te kringelen.


De grot van Plato6

1 "Stel u mensen voor in een soort van ondergronds, grotachtig verblijf, met een lange toegang, die openstaat naar het (dag)licht en langs de hele breedte van de spelonk loopt. Van jongs af zijn ze daar aan benen en hals gekluisterd, zodat ze niet van hun plaats weg kunnen en alleen maar voor zich uit kunnen zien, doordat de boeien het hun onmogelijk maken het hoofd naar links of rechts te draaien."

2 "En wat het licht betreft, dat krijgen zij van een vuur dat boven hen, heel in de verte en achter hun rug brandt. Tussen het vuur en de gevangenen in, in de hoogte, loopt een weg. En kijk, langs die weg is een muurtje opgetrokken, net een van die schotten zoals marionetten- kunstenaars er vóór de spelers plaatsen, en waarboven ze hun poppen vertonen."

3 "Stel u dan ook voor dat er langs dat muurtje mensen lopen met allerhande voorwerpen, die boven het muurtje uitsteken, en ook met beelden van mensen, met dieren in steen en hout, en uit allerhande materialen vervaardigd. En natuurlijk zijn er tussen die voorbijtrekkende dragers mensen die praten en anderen die zwijgen."

4 "Gelooft gij dat zulke lieden én van zichzelf én van elkander ooit iets anders te zien hebben gekregen dan de schaduw, die door het vuur geworpen wordt op de rotswand vóór hen?"

5 "Onderstel nu eens dat ze met elkaar konden praten. Denkt ge niet dat ze in de mening zouden verkeren dat ze, door namen te geven aan wat ze zien, de werkelijk bestaande dingen zelf zouden noemen?"

"En... stel dan eens dat de kerker ook nog een echo bezat, vanuit de rotswand tegenover hen: zouden ze dan, volgens u, menen dat het geluid ergens anders vandaan kwam dan van de voorbijgaande schaduw?"

6 "In elk geval zouden zulke mensen nooit iets anders voor de werkelijkheid houden tenzij de schaduwen van de nagemaakte voorwerpen."

Vele jaren later, in 1994, tijdens de inleidende cursus filosofie die ik dan volg, keert de herinnering aan die magische ervaring weer in heldere beelden terug, en realiseer ik mij dat het de aluminium pot met hete koffie op de oliekachel is geweest, door de zon op de tegeltjes geprojecteerd, op de momenten dat dit werd toegestaan door voorbijtrekkende wolken. De Platoonse openbaring van deze waarheid bevestigd de interesse voor filosofie waarmee ik in de wieg ben gelegd.

De aluminium koffiepot
  1. Zie ook het verslag op Dutch Disasters 
  2. De uiteindelijke tien wonen hier praktisch gesproken niet gezamenlijk. Bij de geboorte van Marjon is Elly al het huis uit. 
  3. Mama maakt ook alle trouwjurken voor haar dochters en schoondochters. Die van Marjon maar half omdat ze kwam te overlijden toen ze daarmee halverwege was.
  4. De garens zitten op houten klosjes die we na gebruik gebruiken om te punniken.
  5. Laat ik nou toch The Flintstones bijna vergeten. En Popeye, en de Comedy Capers.
  6. Uit de tekst bij leereenheid 15, De allegorie van de grot. Een inleiding in de filosofie, Tekstenbundel, blz 36, 1985 Open Universiteit, Heerlen, Cursuscode C.02.1.1.2 
Volgens mij hadden wij een Telefunken


Eerbiet



Gelukkig hebben we ook de nodige platen voor kinderen.


Leeswaardige achterzijde van de hoes.


De Woonkamer

< uitgang >

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.