Spoken

Om te overleven heeft de mens zintuigen ontwikkeld. Een zenuwstelsel verbonden met de hersenen is aangesloten op de huid om warmte of kou te detecteren. Onze ogen vangen licht, elektromagnetische golven waarvan de frequentie bepalend is voor welke kleur de hersenen gewaarworden.

Luchtdrukgolven doen iets dergelijks met het trommelvlies waarbij toonhoogtes worden onderscheiden. De sensaties die aan de receptors van de mond en tong ontspruiten bepalen het verschil tussen het mijden van gif en het innemen van voedsel naarmate de smaak ons goed bevalt.

Het moge duidelijk zijn dat al die zintuigen tijdens de evolutie waarin we geworden zijn tot wat we zijn in ons leven zijn geroepen om voort te leven. Alle zintuigen zijn er op gericht de hersenen te attenderen op gevaar en het doelgericht vinden van wat ons hartje begeert.

Als verlengstuk van die zintuigen heeft de mens instrumenten ontwikkeld. Verrekijkers, microscopen en telescopen om objecten beter te “zien”. Thermometers voor het “voelen” van temperatuur. Barometers, manometers en microfoons voor de luchtdruk. Sensoren voor het meten van vocht of detectie van chemische stofjes in vloeistoffen, dampen en gas. Wat al deze zintuigextensies gemeen hebben is dat zij aanslaan op de sensaties waarmee we kennis hebben gemaakt om te overleven!

Maar wat nu te beginnen met alles wat we niet hebben leren kennen. Dat wat we niet zien, niet horen en niet voelen? In geval van eventuele fenomenen om ons heen die niet relevant voor ons zijn? Al die onzichtbare zaken om ons heen die van generlei nut is voor het vermijden van gevaar of het vinden van eten en drinken? Waarvoor we tijdens de evolutie geen voelsprieten hebben ontwikkeld? En dientengevolge ook geen meetapparatuur?

Zijn we de gevangenen van een zelfgemaakte tunnelvisie? Waardoor we geen “oog” hebben voor het bovennatuurlijke, voor donkere materie, voor geesten?

En voor spoken?

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.