
We kunnen er maar niet genoeg van krijgen.
Het foto-verslag daarvan dit keer niet chronologisch maar per thema.

Thema’s / wegwijzer / index / inhoudsopgave …..
- De Hotels
- Vier tempels en één tuin
- Nederland in Japan
- Dansjes en Kimono’s
- Op het spoor
- Huis ten Bosch / Nagasaki / Saigoku / Expo / Kurama
- Overig
Met de ervaringen van vorig jaar en de boekingsstrategie van Rosie vliegen we op woensdag 23 april per KLM rechtstreeks naar Kansai-Airport en op 6 mei weer terug. Dankzij de upgrade naar ‘premium-comfort’ hebben we niet alleen meer been- en bewegingsruimte maar worden we ook door de stewardessen extra vertroeteld. Omdat ik in ’24 bijkans gaar werd van het video-bingen is mijn voornemen dit keer om te lezen. De dikke pil van 1157 bladzijden met klein korps bedrukt WC-papier – 1q84 van Haruki Marukami – doen mij in dat streven slagen en brengen me in de juiste stemming bovendien. Op de kleine 200 bladzijden die ik zowel op de heen- als de terugweg lees verlies ik mij compleet in het magisch-realistische epos van Amaome en Tengo in een parallelle werkelijkheid. Het urenlange lezen gaat me goed af en veraangenaamt en versnelt de reistijd aanzienlijk.
Emily haalt ons op van Kyoto-station en neemt ons mee naar haar mooie nieuwe woning waar we neerploffen op haar bankje.
De Hotels
Four Points Flex / Huis ten Bosch / Resol Trinity / Kansai Airport
Dit jaar overnachten we in maarliefst vier verschillende hotels. We verhuizen dus heel wat af maar het vooruitzicht is steeds meer comfort.
1. Four Points Flex by Sheraton
Ons hotel waar we na de eerste dag overnachten en daarna nog viermaal na onze trip naar Nagasaki is het Four Points Flex by Sheraton aan de Saikamachi-Dori nabij de Oike Dori, op twaalf minuten lopen van metrostation Karasuma Oike. De in het oog springende binnentuin na binnenkomst is heel mooi en het personeel is heel attent. De krappe kamer op de vijfde etage – 19 vierkante meter – grijpt mij in eerste instantie naar de keel maar het went want de bedden slapen heerlijk. Wel vaak lang wachten overigens op één van de twee liften die de tien etages bedienen. Na een tijdje generen we ons niet meer om onszelf in liften te proppen als die op het eerste oog al vol met medegasten en koffers staan. De ondoorgrondelijke Japanse tekst op de regelaar voor de airco in onze kamer doet mij gefrustreerd naar de balie gaan om assistentie te vragen. Tot mijn verbazing wordt mij daar een voorgedrukte Engelse handleiding in de handen gedrukt. Waarom niet standaard op de kamer?
Voor het ontbijt kunnen we binnendoor-lopen naar de buren, een fastfoodketen aan wie het hotel het ontbijt heeft uitbesteed. Met de vouchers van het hotel mogen we bij de keuken de foto aanwijzen met het keuzemenu van onze gading. We kiezen iets met worstjes, scrambled eggs, een soort huzarensalade en een vier centimeter dikke plak witbrood waarop we de jam en boter kunnen smeren. De Cappucino uit de automaat is zò mierzoet dat ik deze moet mengen met een mok ‘Cafe Americano’


2. Hotel Nikko Huis ten Bosch
Comfortabel hotel voor twee nachten op drie minuten lopen van de hoofdingang van het park. En een re-enter-ingang op zelfs één minuut lopen. Een kamer voor drie personen zodat Emily weer als vanouds tussen ons in kan slapen. Bij het inchecken lijkt het alsof het personeel de gasten in aantal te overtreft. We worden dan ook ontvangen met alle égards en hebben over de begeleiding in het hotel niets te klagen. ’s Morgens bij het ontbijt blijkt uit de rij voor het ontbijt, waarin we na de tweede nacht een dik kwartier moeten wachten, dat het hotel toch behoorlijk is geboekt.


3. Hotel Resol Trinity
Voor onze laatste vier overnachtingen in Kyoto. Ook in een zijstraat van de Oike Dori, nu op een kwartiertje lopen van Karasuma Oike, maar vlak om de hoek bij Emily en Victor. De kamers zijn aanzienlijk rianter dan die van de Four Points Flex.
Daarnaast is er een publieke bar genaamd Blue Books Café, waarvan het overigens jammer is dat we op een avond door gebrek aan klandizie om half tien al niet meer met Emily, Victor en Arnoud terecht kunnen. Op de laatste avond compenseer ik dit met een rondje voor beide families. Daar maken drie glazen ‘high ball deel van uit: een scheutje whisky in soda. Een favoriet drankje onder Japanners maar bij ons slaat het bepaald niet aan. Ook is er wekelijks entertainment voor de gasten zoals een Ninja-gevecht of een demonstratie karate. Wij geven de de voorkeur aan Maiko’s Japanese dance show & photo session for hotel guests only. En alhoewel ze voor haar show te laat bij het hotel arriveert levert het mooie plaatjes op.
4. Hotel Nikko Kansai Airport
Niets lekkerder dan in drie minuten vanuit je comfortabele hotelkamer niet gehinderd door de regen de vertrekhal te lopen.
Vier tempels en één tuin
Kōzan-ji / Mii-dera / Ishiyama-dera / Shõsei-en / Kurama-dera
Door de jaren heen hebben we in Japan al heel wat Boedhistische-, Shinto-, tempels en schrijnen mogen bezichtigen – de eerste ooit op 6 augustus 2018 naast ons hotel in Heroshima. Het zijn er inmiddels zoveel, van heel klein tot heel groot, dat ik de tel kwijt ben en onwillekeurig onderscheid ben gaan maken tussen de ‘bruine’ en de ‘rode’ tempels. Die in Heroshima was een bruine.
De veel voorkomende oranje-rode kleur, of Vermiljoen beter gezegd, heeft in tegenstelling tot wat ik eerder dacht geen bijzondere religieuze betekenis. De kleur komt van een rood pigment gewonnen uit het mineraal cinnaber dat kwiksulfide bevat en daardoor niet alleen glanst maar ook uitermate geschikt is voor bescherming van hout. De kleur wordt daarnaast gebruikt om bijzondere aandacht op bepaalde bouwsels te vestigen.
Een andere rode draad bij het categoriseren van de tempels is het verslag door Cees Nooteboom van zijn pelgrimage langs 33 tempels bij Kyoto: Saigoku.
1. Kōzan-ji (bruin).
Het idee om hiernaartoe te gaan komt van andere Peter, naar aanleiding van een boekje van Cees Nooteboom dat ik hem eens cadeau heb gedaan. Cees Nooteboom? Dé Cees Nooteboom? Jawel, maar het blijkt hier niet te gaan om één van de 33 tempels gewijd aan Kannon. Het gaat hier om een in 1206 gestichte tempel die een plaats heeft gekregen op de werelderfgoedlijst van de UNESCO, te danken aan de Chōjū-jinbutsu-giga, ofwel “Rollen van Stoeiende Dieren”. Deze wordt wel “de eerste manga” genoemd en is een set van vier prentenrollen, getekend in de 12e en 13e eeuw. Het is een satirisch werk dat de spot drijft met priesters uit die tijd door ze te vergelijken met dieren zoals padden, konijnen en apen. Het origineel is hier niet te zien maar wel een replica.
Op de ochtend van een dag die uiteindelijk regenachtig zal zijn maken we vanuit Kyoto per City Bus 8 een bochtige tocht de bergen in. Ik veer op als we bij de eindbestemming het plaatsje Makinoo passeren. Makinoo is immers ook één van de 33 tempels uit het boek van Cees Nooteboom? Nader onderzoek leert dat de Makino-dera veel zuidelijker ligt.

Deel-etappe Saigoku in Õtsu.
Over het bezoek aan tempel 13 aan van de 33 schrijft Cees Nooteboom:
Of het logisch is wat we doen, weten we allang niet meer. Nu begrijpen we waarom de meisjes van het toeristenbureau zo prachtig verlegen achter hun hand moesten lachen, zoals alleen Japanse meisjes dat kunnen. Zo stond het er: Neem een trein naar Kyoto ofwel vanaf het Rokujizo-station aan de Keihan Uji-lijn, of het Kohata-station op de Japan Railroad Uji-lijn. Voor de Keihan-lijn is de bus makkelijker. Je komt dan in Kyoto’s Sanjō-station, waar je een tram kunt nemen van de Keihan Keishin-lijn naar het station Ishiy-amadera. Van de tram moet je overstappen in Hama Ōtsu. Neem je daarentegen de Japan Railroads-verbinding dan kom je met de Uji-lijn bij het hoofdstation in Kyoto, en moet daar de boemel nemen van de Tōkaidō-lijn naar het station Ishiyama. Van daaruit gaan de bussen naar de halte aan de voet van de berg slechts drie keer per dag, maar er zijn taxi’s genoeg. (Cees Nooteboom, Saigoku blz. 97)



En alweer schept Cees N. verwarring met zijn beschrijving. Wat ik vorig jaar al – mede door hem – als een lastige rondreis naar Õtsu inschatte blijkt in de praktijk een plezierige gang van zaken waarbij onze reis begint bij station Karasuma Oike en betrokken treinen bij een overstap van enkele minuten aan de andere kant van het perron op elkaar wachten. De enige vraag die ons bezighoudt is ‘reizen we rechtsom mee met de klok of reizen we linksom?’ We kiezen voor de richting van de wijzers van de klok.

2. Mii-dera (Onjo-Ji, tempel 14 van de 33, bruin)

Ooit was dit een machtige tempel van krijgshaftige monniken. Tendai, Tien-tai, Hemels Terras, een leer in China ontstaan, maar gebaseerd op de lotussoetra die met de eerste monniken uit India was meegereisd, open voor alle andere vormen van het toen bestaande boeddhisme, niet vijandig tegen andere leerstellingen of vormen van geloof, wel agressief tegen rivalen in materiële zin, zoals de Enryaku-ji, de hoofdtempel van de andere grote kloosterstad die op de berg Hiei boven Kyoto lag en nog steeds bestaat. Want ook Mii-dera was een stad, op oude tekeningen kun je het nog zien, al zijn er nu nog maar 60 van de meer dan 800 gebouwen over. Dit alles, net als de Shingon- sekte van Kūkai, hoort onlosmakelijk bij het Heian-tijdperk en daardoor bij Genji. Bedevaarten naar plekken zoals Mii-dera waren populair, vooral bij de vrouwen van het hof, al was het maar omdat ze eindelijk een keer van achter hun kamerschermen vandaan konden komen, en vanuit hun claustrofobische paleisvertrekken de wereld in mochten (…), even bevrijd van de extreme sociale controle van de onverbiddelijke hiërarchie. (Cees Nooteboom, Saigoku blz. 104)
De wandeling van het station naar Mii-Dera is kort. Het is niet druk en de lieve dame van de kaartverkoop legt ons met geduld, en pennestreken op de folder in het Japans uit hoe we ons het best over het terrein kunnen bewegen. Het tempelcomplex, vroeger een stad, behoort immers qua oppervlak tot de vier grootste in Japan. We knikken maar alsof we begrijpen wat ze zegt.
Ook hier kun je veel klimmen. Rosie laat dat maar aan mij over, ik beloof haar boven foto’s te maken. Zo ook van het uitzicht over het complex en de stad naar het Biwa-meer.



Ik snap dus niet dat Cees N. in zijn reisverslag geen gewag maakt van de honderd beeldjes van Kannon die hier in één van de gebouwen staan opgesteld, immers de godin van de vergeving en de liefde aan wie deze tempel en de gehele Saigoku-pelgrimage is gewijd.


3. Ishiyama-dera (tempel 13 van de 33)

De legende wil dat edelvrouwe Murasaki Shikibu zich in Ishiyama-Dera zeven dagen lang heeft teruggetrokken, waarbij toen zij hier de volle maan in augustus 1004 aanschouwde, de ingeving kreeg om het Verhaal van Genji te schrijven: de oudste roman ter wereld.
Dezelfde roman waarvan Rosie nu het vierde en laatste deel leest. We ervaren hier wat Marusaki heeft geïnspireerd.


De Ishiyama-dera staat ook wel bekend onder de naam ‘Tempel van de bloemen’, vanwege de bloemenpracht die hier alle seizoenen is te bewonderen. Ik zou hier best een boek kunnen schrijven.







4. Shõsei-en Garden
Na het verlaten van het voormalig Nintendo-hoofdkantoor richting station lopen we letterlijk tegen de muren op van de Shõsei-en tuin op. Een oase van rust midden in de drukke stad. De tuin maakt deel uit van de boeddhistische Higashi Honganji tempel en is gedateerd op 1641. Na een omtrekkende beweging naar de Westelijke toegangspoort besluiten we er een rustige wandeling te maken.

5. Kurama-dera (rood) op Mount Kurama
Emily neemt ons mee naar Kurama-dera, één van haar favoriete bestemmingen per trein te bereiken even buiten de stad.
Kurama (鞍馬) is een landelijk stadje in de noordelijke bergen van Kyoto. De belangrijkste attractie van Kurama, Kurama-dera, is een boeddhistische tempel gelegen tegen de steile beboste berghelling boven de stad. Het duurt 30-45 minuten om vanuit het lager gelegen stadje naar de belangrijkste gebouwen van de tempel te klimmen. Een kabelbaan brengt ons ongeveer halverwege de berg.
Kurama-dera staat bekend als een mistieke en spirituele plek en als bakermat van de Reiki.







Nederland scheepsrecht in Japan
Huis ten Bosch / Dejima / Expo
Driemaal is scheepsrecht
1. Huis ten Bosch
Sinds de eerste keer Japan achtervolgt mij de moeilijk te duiden drang om een bezoek te brengen aan Huis ten Bosch. Maar waarom? Waarom zou je in Japan een nagebootst Nederlands landschap willen bezichtigen? Met Hollandse windmolens en bollenvelden? Geen reisgids en geen reisbureau beveelt buitenlandse bezoekers aan om hier een dagje te verpozen, laat staan Nederlanders. Je komt voor Japan toch?
Maar het niet bezoeken van het park zelfs tijdens onze derde keer in Japan voelt als een gemis. Als een gemiste kans. Het intrigeert me namelijk. Wat bezielt Japanners nou om rond het thema Nederland een compleet pretpark te bouwen? Waarom geen ‘Europees’ themapark, waarbij je je nog iets zou kunnen voorstellen met replica’s van de Big Ben en de Eiffeltoren. Waarom de Domtoren van Utrecht, het Stadhuis van Gouda, het Station-, het Concertgebouw– en de grachten van Amsterdam? Bestaat dit echt?
Om daar achter te komen wìl en moet ik dit met eigen ogen aanshouwen! Rosie tekent geen bezwaar (meer) aan en Emily lijkt het ook wel gezellig. Op onze in verband met de ‘Golden Week‘ gereserveerde stoelen in de Shinkansen en de speciale Huis-ten-Bosch-trein reizen we na onze eerste overnachting in Kyoto deze kant op. Vliegen zou goedkoper zijn zo wordt gezegd maar na de 14 uur van eergisteren spreekt dat idee niet aan. Na een reis, met een ‘spannende’ overstap van zeven minuten op Hakata arriveren we in de voormiddag op Station Huis Ten Bosch.

Na de inspectie van ons hotel kopen we een kaartje voor anderhalve dag in het park. Na binnenkomst hebben we het gevoel dat we nagenoeg de enige bezoekers zijn. Het is buitengewoon stil op deze vrijdagmiddag.


We nemen vrijwel meteen de rondvaartboot nabij de windmolens voor een oriënterend tochtje door de ‘Amsterdams-Utrechtse’ grachten. Bij het afmeren bij de Domtoren lopen we over de lege terrasjes van een keur aan restaurants met weinig klandizie. Het lijkt aanvankelijk alsof hier behalve het bewonderen van zeventiende-eeuwse gevels niet zoveel te doen is.
Underwhelmd vragen we ons af of het overmoed was om voor anderhalve dag toegang te betalen. Wat gaan we morgen in Godsnaam doen? Maar vanaf het bestijgen van de daadwerkelijk 104 meter hoge (!) domtoren – per lift – maakt de moedeloosheid plaats voor ontzag voor waar we terecht zijn gekomen.

Met het zicht vanaf de toren blijkt de omvang van het park, en de krachtsinspanning waarmee het is gerealiseerd, immens te zijn. Beneden aan de toren besluiten we een pizza te nemen in Italiaans restaurant Pinoccio waar het bovendien gezellig is – langzaam maar zeker wordt het op de vrijdagavond drukker en komt het park tot leven.
Ook ontdekken we achter de grachtenpanden de nodige musea en attracties. De feërieke verlichting langs de grachten ’s avonds en vooral ook de slotshow om 10 uur, met waterfonteinen, laserlicht en vuurwerk op het life gezang van een dame, toveren het park om in een magische beleving. Dàt, en het vooruitzicht op 29 april van de eerste Nijntje-parade en de eerste wijn-party van het jaar, doen ons alsnog uitkijken naar de dag van morgen.
De volgende dag zijn wij in het park met de Japanners. Geen buitenlandse toerist te zien. Het totaal onwerkelijke van de omgeving dringt langzaam via mijn zintuigen naar binnen. Ik zie het met eigen ogen. De gebouwen zijn niet van bordkarton. Het zijn inderdaad zorgvuldig gemetselde replica’s van monumenten in Nederland. In tegenstelling tot wat ik verwacht had doet het niet eens kitscherig aan. Voor de bouw zijn kapitale hoeveelheden originele baksteentjes vanuit Nederland hierheen verscheept. Maar waarom?
In oktober 1988 begon de constructie van Huis ten Bosch. Yoshikuni Kamichika liet meer dan 6 kilometer grachten graven, en meer dan 400.000 bomen en 300.000 bloemen planten. Ook liet hij replica’s van beroemde Nederlandse gebouwen bouwen. Om deze gebouwen zo echt mogelijk te laten lijken, werden de bakstenen uit Nederland geïmporteerd. Op 25 maart 1992 ging Huis ten Bosch open. Het bouwen had 2½ miljard dollar gekost. (Bron: Wikipedia)
Yoshikuni Kamichika zou op een rondreis door Europa onder de indruk zijn geraakt van het Nederlands polderlandschap. Dit gecombineerd met de ligging van Dejima in Nagasaki aan de andere kant van de baai leidde bij zijn zoektocht naar economische versterking van dit gebied tot het idee voor dit wonderlijke park.

De attracties achter de gevels, zoals het virtuele diepzee-aquarium, zijn vooral audiovisueel.
Maar onze gezamenlijke redding van de bemanning van een op de oceaanbodem gestrande onderzeeër (waarbij een klein meisje het te kwaad krijgt en het op een brullen zet) en de overstroming van een Hollands stadje in de Alpen (!) met honderd-duizenden liters water zijn spectaculair.
Een fraai thema achter één van de gevels gaat over klokwerken uit de hele wereld en werkende Nederlandse carillons in het bijzonder. Een begin-twintigste-eeuws draai-orgel uit Antwerpen is niet in werking maar is wel audiovisueel middelpunt in één van de vertrekken.
De wijnparty midden in de nog-net-niet-bloeiende rozentuin is spectaculair om een geheel andere reden. Voor een vast bedrag mag hier onbeperkt wijn worden gedronken. Dit is de Japanners niet aan dovemansoren besteed. Het leidt tot een gulzige vertoning en ongekend veel laveloze en ingedommelde Japanners. Wij beperken ons maar tot twee glazen per persoon.
In de namiddag bezoeken wij nog het grote theater voor een musical waar Emily en Rosie zich voornamelijk bezighouden met de vraag of de crew bestaat uit vrouwen of mannen.
2. Dejima
De dag na ons bezoek aan Huis ten Bosch vervolgen we onze weg naar dat andere stukje Japan-met-Nederlandse-roots, aan de andere kant van de baai in Nagasaki. Ook Dejima staat op ons lijstje ‘omdat het achteraf wel heel spijtig zal zijn het niet bezocht te hebben terwijl we hier nu toch zijn’. Vanaf station Nagasaki zijn we met tramlijn 1 in een voorspoedige mum van tijd op onze bestemming. De ingang van de kleine voormalige VOC-handelspost ligt ingeklemd tussen betonnen hoogbouw direct naast de halte met gelijkluidende naam. Klein of niet, het openluchtmuseum dat nog steeds in ontwikkeling is maakt indruk, ook bij Japanners.
Tijdens de periode van nationaal isolement (1641-1859), toen Japan zich afsloot voor de rest van de wereld, was Nagasaki het enige raam dat nog op een kiertje openstond naar het Westen. Aan het uiterste puntje van een kaap lag daar een kunstmatig, waaiervormig eilandje eenzaam in de baai: Dejima. Via dit kleine eilandje zou de nieuwe westerse kennis en cultuur zich over heel Japan verspreiden. Nu de restauratie vordert, daagt er een nieuw begin voor Dejima. (Nederlandstalige Wandelkaart Dejima)

Verscheidene oorspronkelijke gebouwen zijn in originele luister opgetrokken en te bezichtigen langs de met oranje vlaggetjes overspannen straat. Elk met binnen een uiteenzetting van een thema uit de roemruchte geschiedenis van de handelspost.



Opmerkelijk dat alleen de positieve kant van de handel en de wandel met Nederland als venster op het Westen wordt belicht. Geen woord over de schaduwzijde van de onderliggende expansiedrift die hedentendage genoegzaam bekend is.
Aan het einde van het waaiervormige straatje, in een tuin bij de kerk, lopen we spontaan het ‘oranjefeestje’ binnen, niet toevallig gelijktijdig met koningsdag in Nedereland. We zijn in ieder geval getuige van een modeshow op een rode loper, klaarblijkelijk een impressie van de ‘klederdracht’ alhier door de eeuwen heen, van concubines, de enige dames die hier door Japan werden getolereerd.

3. Nederlands Paviljoen & Expo Osaka 2025
Van het voorgenomen bezoek aan de Expo wilde ik aanvankelijk afzien om een te druk reisschema te voorkomen. Maar dankzij het aanstekelijk initiatief van Arnoud arriveren we na een door zijn broer Victor uitgedokterde treinreis naar Osaka op een regenachtige ochtend alsnog bij de poort.


Die poort maakt deel uit van een imposante, direct in het oog springende houten constructie die het terrein van de wereldtentoonstelling omzoomd.
Het tientallen meters hoge rasterwerk van enorme balken met bovenop een promenade is gerealiseerd door het architectenbureau Sou Fujimoto Architects die het als naam ‘The Grand Ring‘ hebben meegegeven. Met een omtrek van twee kilometer en een diameter van 700 meter is het volgens Guinness World Records de grootste houten architectonische constructie ter wereld.



Na een korte oriëntatie en inspectie van het terrein spoeden wij ons linea recta naar het Nederlands paviljoen. Bij aansluiting in de wachtrij wacht ons daar een domper: we hadden blijkbaar vooraf een tijdslot moeten reserveren. Maar met haar welbekende puppy-eyes-act wist Emily een vroeg kalende Nederlandse beambte te bewegen ons alsnog binnen te laten. Later die middag vraag ik mij overigens hardop af wat de toegevoegde waarde van dit ‘vooraf boeken’-systeem is gezien de niet bijster lange rij die op dat moment bij het paviljoen ook niet staat te dringen.

Circulair paviljoen
Het Nederlandse paviljoen is ontworpen en gerealiseerd door het Nederlands-Japanse consortium AND BV, bestaande uit architectenbureau RAU, ingenieursbureau DGMR, experience design studio Tellart en het Japanse aannemersbedrijf Asanuma. Het paviljoen heeft de vorm van een rechthoekig gebouw met centraal een lichtgevende bol – een indrukwekkend symbool van een “man-made sun”: een schone en onuitputtelijke energiebron op basis van waterkracht. De gevel is bekleed met golvende lamellen die het stromende water verbeelden. Samen vormen ze een lengte van precies 425 meter, als eerbetoon aan 425 jaar handelsrelaties tussen Nederland en Japan. Het paviljoen is tevens een krachtig voorbeeld van circulair bouwen. Alle gebruikte materialen zijn geregistreerd in Madaster, het digitale materialenpaspoort voor circulaire bouw en infrastructuur. Zo blijft exact inzichtelijk welke materialen zijn toegepast en gaan er geen waardevolle grondstoffen verloren. (bron: Rijksoverheid via deze link)
Interactieve bezoekerservaring
Wanneer bezoekers in het paviljoen aankomen krijgen ze een kleine lichtgevende bol mee. Deze reageert op de installaties die op verschillende plekken in het gebouw zijn aangebracht. Zo wordt men meegenomen langs de geschiedenis tussen Nederland en Japan en onze strijd tegen het water. Als hoogtepunt van de show stappen bezoekers in de grote bol in het midden van het paviljoen. Daar krijgen ze een AI-film in een koepel van 360 graden te zien. Tot slot mogen bezoekers hun eigen ideeën en dromen voor de toekomst delen via een interactief kunstwerk. (bron: Rijksoverheid via deze link)

Na onze ‘reis’ door het Nederlands paviljoen en nadat we een broodje haring en een stroopwafel hebben gegeten splitsen zich de wegen van de familie Buitenhuis en Meekel. Wij Meekels stropen de rest van de dag op ons gemak het terrein af en bezoeken landen waar het niet al te druk is. Engeland valt volgens dit criterium direct als eerste af.

Maar dat kan niet verhinderen dat de dag verder aangenaam en ontspannen verloopt.
Behoudens dan het bezoek aan Australië waar ik niet mee naar binnen ga omdat net op dat moment onze buren in Schagen ons berichtjes sturen dat ons huis in de fik staat. Het blijkt gelukkig loos alarm.

Doelbewust bezoeken we het terrein waar landen uit Afrika en het Caribisch gebied zijn vertegenwoordigd. Jammergenoeg geen stand van Dominica, in tegenstelling tot zustereiland Saint Lucia. We worden vaak uitgenodigd onze neus aan gebrande koffie op te halen. Bij Azerbeidjan, waar onze aandacht wordt getrokken door het van buiten prachtige paviljoen, verlaten we de rij voortijdig omdat het wachten ons te lang duurt – zoveel verwachten we er nou ook niet van, het zal daarbinnen wel om olie draaien.
We bezoeken ook grotere landen waaronder Spanje en Thailand dat zich schaamteloos presenteert als land waar je je tijdens je vakantie voor een habbekrats geheel kunt laten verbouwen gezien hun ‘hoge niveau van de medische wetenschap’. Duitsland dat zich nagenoeg geheel toelegt op duurzaamheid vormt wat ons betreft het hoogtepunt. Alhoewel er wel sprake is van een ‘information overload‘ en je vooraf in de wachrij de weinig succesvolle karaoke moet passeren en de kraam met bratwurst dat er bij de bezoekers wèl goed in gaat. We eindigen tenlotte bij onze naaste buren: Singapore. Hun futuristische animatiefilm aan de binnenzijde van de rode bol overtreft die van Nederand en is betoverend. De Efteling kan er een puntje aan zuigen. Al met al met al zie ik dat het thema van de verschillende landen zich ergens beweegt in het quadrant toerisme, tolerantie, wereldvrede en duurzaamheid. In schril contrast dus met de echte wereld buiten de The Grand Ring zodat je je afvraagt waar ‘het’ mis gaat.



Nagasaki
Memorial park
Na aankomst vanuit Huis ten Bosch valt mij direct de pracht van het centraal station van Nagasaki op. Groot, modern vormgegeven en vooral licht en ruimtelijk. Heel veel ruimte. Het vertoont wat dat betreft veel gelijkenis met het station van Hiroshima, het eerste station in Japan waar wij zeven jaar geleden arriveerden.
Reden van ons bliksembezoek zijn Dejima en – onvermijdelijk natuurlijk – het Memorial Park op de plek waar in het epicentrim van de tweede atoombom-explosie een gevangenis met twintig centimeter dikke muren totaal is weggeblazen. Beide bestemmingen zijn met tramlijn 1 makkelijk te bereiken.

Memorial Park
Dansjes en Kimono’s
Hotel Resol Trinity – Huis ten Bosch – Dejima – Expo
1. Hotel Resol Trinity

Maiko’s Japanese dance show & photo session for hotel guests only.
2. Huis ten Bosch

3. Dejima

4. Expo


Bij de Expo: Lokale muziek- & dansperformance ‘Meet up Kyoto’

De oude dame in het midden had het op m’n ogen gemunt!
Moderne architectuur
Met de focus op het eeuwenoude monumentale Kyoto mag je niet vergeten dat tussen al die eeuwenoude heiligdommen en bruine houten huisjes ook regelmatig pareltjes op het gebied van modern bouwen de aandacht waard zijn. In mijn verslag van vorig jaar ga ik daar in de inleiding al enigszins op in en benoem ik de universiteit van Kyoto en het huis voor de setting van Kyoto Graphie.
En niet om het een of ander, ik vind dat het interieur van het appartementgebouw waar Emily en Victor wonen onder dit kopje niet mag ontbreken.

Als het gaat om moderne architectuur dan worden naast het centraal station met name het International Conference Center (ICC, van het Kyoto-klimaat-accoord) en het voormalig hoofdkantoor van Nintendo genoemd.
Centraal Station Kyoto

Dit één na grootste station van Japan is ontworpen door Hiroshi Hara en heeft een totale oppervlakte van 238.000m2.
International Conference Center

Het Internationaal Congrescentrum (ICC) van Kyoto werd ontworpen door de Japanse architect Sachio Otani in samenwerking met Isamu Kenmochi in de stijl van het brutalisme. Het ontwerp is geïnspireerd op de bergen en pagodes in de omgeving. Het gebouw werd geopend in 1966. (bron: Wikipedia)

Voormalig hoofdkantoor van Nintendo.

Het voormalig hoofdkantoor en -fabriek van kaartspelletjes waar Nintendo van 1933 tot 1959 resideerde is inmiddels het Marufukura hotel. Da’s spijtig want alleen gasten hebben zicht op het art-deco interieur en toegang tot het nog steeds aanwezige Nintendo-museum in de bibliotheek. Ik mocht wel enkele foto’s maken van de hal.
Nog wat persoonlijke eye-catchers onderweg
Ik ben dus fan van kurkentrekkers
Gemeentehuis van Kyoto
Kyoto Graphie
Wederom dit jaar een bezoek aan de fototentoonstelling op dezelfde prachtige locatie als vorig jaar. In tegenstelling tot toen mogen er nu geen foto’s worden genomen.
Een getoond verschroeid kledingstuk van een vrouw die na de atoombom in Hiroshima hier haar laatste vier dagen in heeft geleefd jagen de rillingen door mij heen.

Op het spoor
Huis ten Bosch – Nagasaki – Saigoku – Expo – Kurama

Huis Ten Bosch
Op de terugweg nog getuige van hoe de machiniste van onze trein langs het spoor naar boven rent nadat ze halverwege de helling iets verdachts had geïnspecteerd.


Gezien in een boekwinkel en nog dikker dan een telefoonboek: encyclopedie van alle treinen op de wereld!
Eveneens zonder kleerscheuren thuisgekomen, tax-free: het treintje met de hertjes van Nara!
Culinaria
Evenals vorig jaar leidt ons dagelijks restaurantbezoek weer tot één groot feest voor de smaakpapillen. Daarbij doen we uiteraard ook oudbekenden aan. Zo is daar Nakano, het restaurant met het Belgische tintje waar ik mij niet alleen het eten maar ook de Duvel goed laat smaken. Voor belachelijk weinig geld overigens.
Een andere oude bekende waar Emily en Victor aardig vriendschappelijk mee zijn doen we twee keer aan: Ryūan.
Emily en Victor hebben in Ryūan zelfs een eigen fles Saki in de kast staan
Het derde bekende stekje is Mamaya dat zich ergens achteraf in een heel smal steegje bevindt. Het wordt gerund door een ouder echtpaar en hun dochter. Terwijl we daar eten melden zich onophoudelijk mensen aan de deur met de vraag of er nog plek is. En hoewel de vader – die wat warrig overkomt – steeds aangeeft dat ‘hij even zal checken’ krijgen zij voorspelbaar nul op request. Het eten smaakt weer goed alhoewel er wat kwistiger dan vorig jaar met zout wordt gestrooid.
Onvergetelijk, niet in de laatste plaats vanwege de setting naast een kabbelend beekje, is de lunch die wij genieten in het naburige restaurant na ons regenachtige bezoek aan Kozan-Ji.

Unica dit jaar zijn twee ‘geautomatiseerde’ restaurants. Allereerst het sushi-restaurant waar het bij de ingang dringen is tussen de toeristen en waar het bestelde per treintje bij de tafeltjes wordt afgeleverd.
De gemechaniseerde service van het suchi-treintje wordt uiteindelijk overtroffen in het restaurant bij ons laatste hotel op Kansai-airport waar het bestelde door robots wordt geserveerd.
Toch gaat de voorkeur uit naar de talloze traditionele vaak onopvallende restaurants ‘om de hoek’ bij Emily en Victor maar waarvan ik de namen ben vergeten.
Owh en PS, in Huis ten Bosch hebben we na de pizza op de eerste dag op de tweede dag Spaanse paella gegeten. Want het is verstandig eerst culinair te acclimatiseren. Net als in 2018 toen we als eerste een pizza namen in Hiroshima.
Nishiki Market

Deze ‘must-see-food-market’ is aan mij niet besteed.

De bierkaart


Selfiesh







































































































































































































































































































